Rb. Zutphen 8 juli 2008, ECLI:NL:RBZUT:2008:BD6564
De economische meervoudige strafkamer verklaart de officier van jusitite gedeeltelijk niet-ontvankelijk in zijn vervolging wegens het in strijd handelen met het opportuniteitsbeginsel (art. 167 Wsv) ten aanzien van de feiten die betrekking hebben op: - kort samengevat- het zonder vergunning in werking hebben van een inrichting voor onder meer het verwerken van tarragrond ( art. 8.1. Wet milieubeheer) - lozingen van tarragrond in de bodem (art. 25 Lozingenbesluit). De rechtbank veroordeelt verdachte tot een geldboete voor het in ontvangst nemen van de afvalstof tarragrond zonder de benodigde formulieren (art. 10.40 Wet Milieubeheer) en spreekt verdachte vrij voor het laten weglopen van het vocht afkomstig van tarragrond in de sloten (art. 1 Wet verontreiniging opppervlaktenwateren). (Promis)
De uitspraak op rechtspraak.nl