Rb. Zutphen 13 maart 2008, ECLI:NL:RBZUT:2008:BC8019
Verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap toegewezen, terwijl de vader de minderjarige reeds voor zijn geboorte heeft erkend. De rechtbank is van oordeel dat de vrouw in haar verzoek op grond van art. 1:207 lid 2 onder a BW niet ontvankelijk zou moeten worden verklaard, maar ambtshalve toetst de rechtbank het verzoek tevens aan artikel 7 van het Verdrag inzake de rechten van het kind. Indien de vrouw niet ontvankelijk zou worden verklaard is het voor de minderjarige onmogelijk om op redelijke termijn de Nederlandse of een bekende nationaliteit te verwerven en kan het bepaalde in artikel 7 IVRK geen toepassing vinden. Dit vormt aanleiding artikel 1:207 lid 2 onder a BW buiten toepassing te laten en de vrouw alsnog ontvankelijk te verklaren in haar verzoek.
De uitspraak op rechtspraak.nl