Rb. Zutphen 28 april 2006, ECLI:NL:RBZUT:2006:AW5664

Poging tot moord op de echtgenoot. Verdachte heeft aangevoerd dat zij in 1999 met haar echtgenoot heeft afgesproken dat als zij niet meer wil leven, hij gelijk met haar zijn leven wil beëindigen. Vaststaat dat de echtgenoot van verdachte lijdt aan de ziekte van Altzheimer, waardoor zijn geheugenfunctie, met name zijn korte termijn geheugen is gestoord. De rechtbank acht, op grond van verklaringen van een getuige-deskundige en van verdachte zelf, voldoende aannemelijk dat de echtgenoot niet heeft beseft, wat verdachte precies aan hem heeft voorgelegd en vooral niet welke keuze hij op gond daarvan zou moeten maken. Het komt de rechtbank bovendien hoogst onwaarschijnlijk voor dat de echtgenoot voldoende wilsbekwaam was om weloverwogen te beslissen, dat hij zich, gelijk met zijn echtenote, het leven heeft willen benemen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen