Rb. Zutphen 17 augustus 2005, ECLI:NL:RBZUT:2005:AU4359
Huwelijkse voorwaarden, verrekenbeding; de woning en schuur die de man heeft verkregen vóór het huwelijk worden tijdens het huwelijk verbouwd uit overgespaarde inkomsten; geen verplichting tot verrekening. Op grond van artikel 1:133 lid 2 BW heeft de verplichting tot verrekening uitsluitend betrekking op inkomsten die of op vermogen dat de echtgenoten tijdens het huwelijk hebben verworven. Dit leidt ertoe dat de woning en de verbouwde schuur annex bergruimte niet tot het te verrekenen vermogen aan de zijde van de man behoren. Dat de verbouwingen aan deze woning en deze schuur tijdens huwelijk zijn betaald met inkomsten die voor verrekening in aanmerking komen kan er niet toe leiden dat deze vermogensbestanddelen alsnog geheel of gedeeltelijk tot het te verrekenen vermogen aan de zijde van de man moeten worden gerekend. Een dergelijke toerekening kan niet op artikel 1:133 lid 2 BW worden gebaseerd en evenmin op artikel 1:136 lid 1 BW. Deze laatste bepaling heeft immers evenals artikel 1:133 lid 2 BW uitsluitend betrekking op goederen die tijdens het huwelijk zijn verkregen.
De uitspraak op rechtspraak.nl