Rb. Zutphen 16 augustus 2005, ECLI:NL:RBZUT:2005:AU1434

De wetgever heeft beoogd dat de bevoegdheid tot vestiging van een vervroegd voorkeursrecht als bedoeld in artikel 8 Wet voorkeursrecht gemeenten wordt toegepast in gevallen waarin het gemeentebestuur voor de betreffende gronden nog geen structuur- of bestemmingsplan heeft kunnen vaststellen, althans in ontwerp ter inzage heeft kunnen leggen. Nu als vaststaand moet worden aangenomen dat de ontwikkeling met het oog waarop het voorkeursrecht is gevestigd identiek is aan de ontwikkeling voorziening in het ontwerpplan Hattemerbroek Dorp, zoals dat in ontwerp ter inzage heeft gelegen, moet met eiseres worden geoordeeld dat verweerder niet bevoegd was op grond van artikel 8 Wvg een voorkeursrecht voor het perceel van eiseres te vestigen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen