Rb. Zutphen 10 mei 2001, ECLI:NL:RBZUT:2001:AB2033
Niet eigen risico dragende werkgever is belanghebbende bij WAO-besluit ten aanzien van werknemer. Geen aanleiding om toestemming als bedoeld in art. 8:32, tweede lid Awb tot inzage in medische stukken te onthouden aan onder meer medewerkers van landelijke werkgeversorganisaties. Bezwaar van werkgever tegen toekenning WAO-uitkering aan werknemer ongegrond verklaard. Bestreden besluit is een besluit in de zin van art. 88, aanhef en onder a WAO. De werknemer heeft geen toestemming gegeven voor inzage in de medische gegevens. Rb.:De medische besluitenregeling komt, in de situatie dat de werknemer de toestemming als bedoeld in art. 88a WAO heeft geweigerd en voorzover deze ziet op het geding ten overstaan van de Rb., onvoldoende tegemoet aan het recht van de werkgever op een eerlijk proces. Voor de motivering van dit oordeel verwijst de Rb. onder meer naar de uitspraak van de Rb. ’s-Gravenhage van 9 november 1999, gepubliceerd in USZ 2000/93 (LJN AA4842). Aan de werkgever dient (alsnog) de gelegenheid te worden geboden om zich te voorzien van de bijstand van een arts-gemachtigde en/of een advocaat. Maakt de werkgever van die gelegenheid gebruik dan dient (niet alleen aan de arts-gemachtigde doch ook) aan de advocaat kennisneming van (alle) medische gegevens te worden toegestaan, zij het – ter bescherming van de privacy van de betrokken werknemer – onder toepassing van het bepaalde in art. 8:32, tweede lid Awb. De Rb. gaat er daarbij van uit dat langs deze weg voldoende wordt gewaarborgd dat de advocaat geen medische gegevens aan de werkgever verstrekt. Datzelfde geldt indien de werkgever zich (alsnog) laat bijstaan door een gemachtigde die noch arts noch advocaat is en van de Rb. eveneens met toepassing van art. 8:32, tweede lid Awb bijzondere toestemming heeft gekregen om kennis te nemen van de medische gegevens. De Rb. ziet geen aanleiding deze toestemming te onthouden aan (bijvoorbeeld) medewerkers van landelijke werkgeversorganisaties, zoals die waaraan de gemachtigde van eiseres is verbonden. De Rb. verleent alsnog toestemming aan de gemachtigde van eiseres om kennis te nemen van de door verweerder als medische besluiten dan wel als stukken die medische gegevens bevatten aangemerkte stukken, onder bepaling dat deze kennisneming uitsluitend aan hem is voorbehouden. Aan die gemachtigde zal vervolgens de gelegenheid worden geboden om de gronden van het beroep aan te vullen. De Rb. zal vervolgens na ontvangst van de aanvullende gronden bezien of het aangewezen is een nadere zitting te beleggen.
De uitspraak op rechtspraak.nl