Rb. Zutphen 24 augustus 2000, ECLI:NL:RBZUT:2000:AA7322
Wet herziening debiteurenbeleid heeft ook beoogd tot een efficiënt en doelmatig incassobeleid te komen m.b.t. oudere, onder de ABW ontstane, vorderingen. In verband met verzwegen inkomsten dient eiser een bedrag ad fl. 30.779,32 terug te betalen. Verweerder heeft geweigerd om van verdere terugvordering af te zien. De rechtbank stelt allereerst vast dat de onderhavige terugvordering ontstaan is onder de werking van de ABW, zoals die wet tot 1-1-1996 gold. Gelet op het ter zake geldende overgangsrecht wordt de onderhavige terugvordering derhalve in beginsel beheerst door de bepalingen van de (oude) ABW. Hoewel in het kader van de Wet herziening debiteurenbeleid door de wetgever slechts wijziging is gebracht in de terugvorderingsbepalingen van de (nieuwe) Abw, is de rechtbank van oordeel dat een redelijke uitleg van de ter zake geldende wettelijke bepalingen met zich meebrengt dat ten aanzien van besluiten als de onderhavige, waar het gaat om de tenuitvoerlegging van een onder de ABW tot stand gekomen terugvorderingsbesluit, het nieuwe (Abw-)recht van toepassing is. De rechtbank acht in dit verband van belang dat de Wet herziening debiteurenbeleid gezien zijn doelstelling met name ook heeft beoogd tot een efficiënt en doelmatig incassobeleid te komen met betrekking tot oudere (onder de ABW ontstane) vorderingen. Verweerder heeft derhalve eisers verzoek terecht getoetst aan de Abw-bepalingen zoals die sinds 1 augustus 1998 zijn komen luiden. I.c. kan verweerders standpunt dat vooralsnog geen aanleiding bestaat gebruik te maken van zijn bevoegdheid om van verdere terugvordering af te zien, de -beperkte- rechterlijke toetsing doorstaan. Beroep ongegrond. College van burgemeester en wethouders van Ermelo, verweerder. mr. E.J.J.M. Weyers Wet herziening debiteurenbeleid (wet van 9 april 1998, Stb. 278) Abw 78c.1.a (sedert 1-8-1998)
De uitspraak op rechtspraak.nl