Rb. Zwolle-Lelystad 17 oktober 2011, ECLI:NL:RBZLY:2011:BU2057

De rechtbank overweegt ten aanzien van haar bevoegdheid als volgt. Artikel 39, tweede lid, van de Wet op de economische delicten bepaalt dat berechting door een andere dan de economische kamer mogelijk is indien economische delicten zijn begaan in samenhang met een of meer strafbare feiten, niet zijnde economische delicten waarvan de rechtbank bevoegd is kennis te nemen en die economische delicten ten laste zijn gelegd samen met een of meer van die andere strafbare feiten. Het in genoemd artikellid bedoelde situatie doet zich hier voor: naast de ten laste gelegde economische delicten is ook het delict als genoemd in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht ten laste gelegd. Daarnaast verwerpt de rechtbank het verweer dat de officier van justitie niet-ontvankelijk is. Er is geen sprake van onherstelbare vormverzuimen. Veroordeling wegens onder meer invoer van illegaal vuurwerk en criminele organisatie.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen