Rb. Zwolle-Lelystad 20 december 2010, ECLI:NL:RBZLY:2010:BO7866
Verdachte wordt ervan verdacht dat zij dreig- en/of poederbrieven heeft gezonden aan verschillende justitiële instanties en daarmee verband houdende personen/instellingen alsmede aan leden van het Koninklijk Huis. Ondanks de ontkenning van verdachte wordt zij veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 maanden waarvan 2 maanden voorwaardelijk op basis van de bevindingen van het NFI ter zake de handschriften op de diverse stukken, de inhoud daarvan, het aangetroffen DNA op een aantal daarvan en de overeenkomst van aangetroffen vezels van de kleding van verdachte. In een tweede zaak waarin dreigbrieven zijn gezonden aan een gezondheidsinstelling heeft verdachte bekend en is met toepassing van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden voorwaardelijk opegelegd.
De uitspraak op rechtspraak.nl