Rb. Zwolle-Lelystad 16 juli 2010, ECLI:NL:RBZLY:2010:BN2408

Door [Bedrijf3] c.s. na afronding van de in de aanbestedingsleidraad beschreven fase 5 en na opening van de prijsenveloppen, alsnog in de gelegenheid te stellen een nadere toelichting te geven en haar inschrijving in haar geheel te laten (her)beoordelen door twee andere deskundigen dan het beoordelingsteam, heeft de Provincie in strijd gehandeld met het gelijkheidsbeginsel en het transparantiebeginsel. De stelling van de Provincie dat de inschrijving van [Bedrijf1] c.s. onaanvaardbaar is en dat het Werk nooit aan haar zal worden gegund zodat zij geen belang heeft bij haar vorderingen slaagt niet. Niet ondenkbaar is namelijk dat de inschrijvingssom van [Bedrijf1] c.s. (veel) hoger is dan de inschrijvingssom van de andere inschrijvingen juist omdat de inschrijving van [Bedrijf1] c.s. van hogere kwaliteit is dan de overige inschrijvingen die vanwege onvoldoende kwaliteit ongeldig zijn. Door nu na een andere - en naar mag worden aangenomen minder stringente en in ieder geval met de gekozen beoordelingssystematiek op gespannen voet staande - weging van kwaliteitscriteria de ongeldige inschrijving van [Bedrijf3] c.s. alsnog geldig te verklaren is [Bedrijf1] c.s. onterecht benadeeld. De vrijheid van de Provincie het Werk niet te gunnen aan een inschrijver met een onaanvaardbare inschrijving levert haar immers niet de vrijheid op het Werk te gunnen aan een inschrijver met een ongeldige inschrijving. Nu de procedure tot en met het voornemen van 1 april 2010 van de Provincie niet tot gunning over te gaan correct is verlopen en [Bedrijf1] c.s. daaruit als enige geldige inschrijver naar voren is gekomen, staat het de Provincie niet vrij het Werk op basis van deze aanbestedingsprocedure aan een ander dan [Bedrijf1] c.s. te gunnen. Het primair onder II gevorderde zal daarom worden toegewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen