Rb. Zwolle-Lelystad 23 januari 2008, ECLI:NL:RBZLY:2008:BC6482
Advocaat vordert betaling declaratie van (ex)cliënt. In reconventie vordert die cliënt schadevergoeding, omdat hij niet in staat was om volledig te werken als gevolg van de wijze waarop de advocaat met zijn zaak omging. De reconventie wordt afgewezen, omdat zowel de schade als het causaal verband in het geheel niet zijn onderbouwd. In conventie wordt het (inhoudelijke) verweer verworpen en geoordeeld dat de vordering in beginsel toewijsbaar is nu de cliënt noch in reconventie ontbinding heeft gevorderd noch in conventie een beroep op de exceptio non adimpleti contractus of op opschorting heeft gedaan. De juridische onderbouw van de stelling dat hij niet tot betaling gehouden is, ontbreekt. Omdat door de cliënt ook geklaagd wordt over de omvang van de declaratie wordt geoordeeld dat de advocaat zijn declaratie moet voorleggen aan de Raad van Toezicht.
De uitspraak op rechtspraak.nl