Rb. Zwolle-Lelystad 1 november 2006, ECLI:NL:RBZLY:2006:BB0745

Is het onderhavige non-concurrentiebeding strijdig met artikel 81 lid 1 EG Verdrag en/of artikel 6 lid 1 Mededingingswet omdat er in casu geen sprake is van de EG-groepsvrijstelling voor verticale overeenkomsten, omdat het beding is aangegaan voor een periode langer dan vijf jaar en derhalve valt buiten artikel 5 onder a van de groepsvrijstelling? Verder gaat de rechtbank in op het zogenoemde (door het Hof van Justitie van de EG en het Gerecht van Eerste aanleg en ook in de beschikkingspraktijk van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMA) ontwikkelde) “merkbaarheidsvereiste”. Dit houdt in dat een mededingingsafspraak slechts verboden kan zijn, indien deze een merkbaar effect heeft op de mededinging. Het geschil spitste zich dan ook verder toe op de vraag of de samenwerking (potentieel) en merkbare invloed heeft op de mededinging op de relevante markt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen