Rb. Zwolle-Lelystad 20 juli 2005, ECLI:NL:RBZLY:2005:BC8854
De rechtbank spreekt de echtscheiding uit tussen de man en de vrouw, bepaalt dat de man, als hij de echtelijke woning, op de datum van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand nog bewoont, jegens de vrouw bevoegd is die bewoning en het gebruik van de tot die woning en de inboedel daarvan behorende zaken gedurende zes maanden na dat tijdstip voort te zetten, wijst af het verzoek van de vrouw om een bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud en verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad, behoudens voor zover het de echtscheiding betreft.
De uitspraak op rechtspraak.nl