Rb. Zwolle-Lelystad 22 juni 2005, ECLI:NL:RBZLY:2005:AV3813

Procesrecht; verzekering, algemene voorwaarden; verjaring (vervaltermijn). Na een kroegentocht valt [A] in [plaats] in de gracht, vermoedelijk in dronkenschap. De werkgever had voor een aantal werknemers onder wie [A} een collectieve ongevallenverzekering afgesloten. De weduwe ([A} is verdronken) claimt onder die verzekering maar ABN Amro weigert. Ongelukken onder invloed van alcohol tellen niet mee. De rechtbank gaat eerst na of het beroep van de weduwe op nietigheid ex 6:233 slaagt. Voorwaarden “Niet ter hand gesteld”. Zie 8/10. Het antwoord is “neen”. Vervolgens komt aan de orde het beroep van assuradeuren op de vervaltermijn in art. 3.15 van de polisvoorwaarden. Dat beroep slaagt. De advocaat dagvaardt maar liefs 5 ½ maand te laat.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen