Rb. Utrecht 13 december 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BY6283
De rechtbank stelt vast dat de veroordeelde zich na aanvang van de tenuitvoerlegging van zijn straf zoals opgelegd door het Gerechtshof ernstig heeft misdragen, hetgeen blijkt uit een recente veroordeling. Deze veroordeling betreft net als zijn eerdere veroordeling artikel 279 Wetboek van Strafrecht. Gelet op de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 16 oktober 2012, inhoudende dat hij handelt zoals hij gedaan heeft en dat hij dat ook zal blijven doen omdat hij het als zijn taak als goede vader beschouwt om aldus een goede toekomst voor zijn dochter te bewerkstelligen, laat zien dat hij niet voornemens is zijn gedrag op dit punt aan te passen. Nu het gedrag van veroordeelde bepalend is bij de vraag of hij in aanmerking komt voor voorwaardelijke invrijheidstelling, is zijn veroordeling en zijn houding daaromtrent voor de rechtbank aanleiding die voorwaardelijke invrijheidstelling in dit geval achterwege te laten. De vordering van de officier van justitie zal daarom worden toegewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl