Rb. Utrecht 9 augustus 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BX6088
<b>Alcoholslotprogramma bij beginnend bestuurder, punitieve sanctie</b> Trefwoorden: <i>ASP, beginnend bestuurder, punitieve sanctie, 6 EVRM, belangenafweging</i> Wetsartikelen: 6 EVRM, 17 van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid Op grond van de wetgeschiedenis concludeert de voorzieningenrechter dat het ASP door de wetgever als herstelmaatregel wordt gekwalificeerd en is bedoeld. Het met de maatregel beoogde doel, namelijk enerzijds het verhogen van het bewustzijn van een specifieke groep rijbewijshouders omtrent de gevaren van het rijden onder invloed van alcohol en anderzijds het verbeteren van de veiligheid van verkeersdeelnemers, is niet zonder gewicht. Hetgeen verzoeker heeft aangevoerd is onvoldoende grond voor het oordeel dat het ASP als leedtoevoegend en daarmee als criminal charge dient te worden gekwalificeerd. Het ASP kan derhalve niet worden aangemerkt als een criminal charge in de zin van artikel 6 van het EVRM. De vraag of iets als criminal charge moet worden aangemerkt, wordt beoordeeld in zijn algemeenheid en staat los van de individuele omstandigheden van het geschil dat de rechter voor heeft liggen. Nu geen sprake is van een criminal charge in de zin van artikel 6 van het EVRM, bestaat, gelet op de dwingendrechtelijke bepalingen van de Wvw 1994 en de Regeling, geen ruimte voor afweging van eisers persoonlijke belangen. De Regeling biedt geen ruimte voor beoordeling van de vraag of de kosten voor de uitvoering van het ASP gezien verzoekers financiële draagkracht proportioneel is te achten. Dat sprake is geweest van een eenmalig incident en dat eiser is aangehouden terwijl hij een snorfiets bestuurde, leidt evenmin tot een ander oordeel. De gestelde praktische bezwaren van verzoeker dat hij geen eigen auto heeft, heeft de wetgever, blijkens de Memorie van Toelichting (TK 2008-2009, 31 896, nr. 3, p. 17), reeds ondervangen door het aan de betrokkene over te laten in welk motorrijtuig van de categorie B hij het alcoholslot laat inbouwen. De stelling van eiser dat er onvoldoende voorlichting zou hebben plaatsgevonden over het ASP, kan hem evenmin baten, nu zowel verweerder als de voorzieningenrechter dienen uit te gaan van de geldende wet- en regelgeving. Om dezelfde reden kan de stelling van eiser dat nog een evaluatie van de wet- en regelgeving zal plaatsvinden, hem evenmin baten. Verweerder was op grond van die wet- en regelgeving gehouden aan eiser een ASP op te leggen. De voorzieningenrechter overweegt dat zij zich kan voorstellen dat het ASP voor eiser ingrijpende gevolgen heeft, maar zij kan niet anders dan concluderen dat het opleggen van het ASP in overeenstemming is met de regelgeving waaraan verweerder zich moet houden. Zoals hiervoor is overwogen, heeft de wetgever de ingrijpende gevolgen van het ASP voor betrokkene uitdrukkelijk meegewogen.
De uitspraak op rechtspraak.nl