Rb. Utrecht 20 juni 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BX0471
Toepassing van artikel 6:80 lid 1 aanhef en onder c BW. Verkoper van tandheelkundige apparatuur kon op goede gronden vrezen dat de kopers de apparatuur niet meer tegen betaling wensten af te nemen. Nadat de kopers niet hadden gereageerd op een schriftelijke aanmaning om te bevestigen zij alsnog volledige medewerking zouden verlenen aan de nakoming van de overeenkomst, was de verkoper gerechtigd tot ontbinding van de overeenkomst en het instellen van een vordering tot schadevergoeding (r.o. 4.5-4.8). Beroep van verkoper op bepaling in haar algemene voorwaarden, op grond waarvan beide kopers hoofdelijk aansprakelijk zijn, is niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar (r.o. 4.12). Als het verkoper na ontbinding niet gelukt is om de apparatuur aan een derde te verkopen bestaat haar schade uit gederfde winst. Dit is ook het geval indien zij de apparatuur wel aan een derde heeft verkocht, nu het geen unieke zaken betreft maar apparatuur die zij bij een fabrikant koopt en zij uiteindelijk één transactie minder heeft afgerond dan zonder de weigering om af te nemen. Voor voordeeltoerekeinng is geen plaats (r.o. 4.13-4.14). Schadevaststelling op grond van variabele kostprijsberekeningsmethode. Verkoper dient schade nader toe te lichten (r.o. 4.15-4.17).
De uitspraak op rechtspraak.nl