Rb. Utrecht 15 juni 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BW8495

Wet op de vaste boekenprijs, aanbesteding, negatieve servicefee, matiging Wetsartikelen: artikel 6 Wvbp, Bvbp, Beleidslijn Sanctiemaatregelen Vaste Boekenprijs 2009, artikel 6 EVRM Samenvatting: Aan eiseres is vanwege overtreding van artikel 6, eerste lid, van de Wet op de vaste boekenprijs (Wvbp) een bestuurlijke boete van € 10.000,- opgelegd. Hieraan heeft verweerder ten grondslag gelegd dat eiseres in een aanbestedingstraject aan de aanbesteder een negatieve servicefee heeft aangeboden, wat naar de mening van verweerder als een korting moet worden aangemerkt. Deze korting heeft volgens verweerder mede betrekking op de boeken die onder de Wvbp vallen, nu uit de offerte van eiseres nergens blijkt dat deze korting daar geen betrekking op heeft. De rechtbank overweegt dat eiseres met het in de offerte opnemen van een negatieve servicefee aan het Waterschap een geldelijk voordeel heeft geboden over alle aangeboden diensten. Eiseres heeft niet nader gespecificeerd hoe de negatieve servicefee is opgebouwd. Derhalve is niet onderbouwd dat geen korting is gegeven op de boeken die onder de Wvbp vallen. Met de fictieve berekening, zoals gegeven in de brief van eiseres van 14 oktober 2010, heeft eiseres niet aangetoond dat uitsluitend korting is gegeven op de boeken die niet onder de Wvbp vallen en dat geen korting is gegeven op de boeken die wel onder de Wvbp vallen. Gelet hierop komt de rechtbank niet toe aan beoordeling van de stelling van eiseres dat verweerder buiten haar bevoegdheid is getreden door de hier aan de orde zijnde korting te verbieden. De door eiseres aan het Waterschap verstrekte korting is niet geregeld in het Bvbp, zodat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat sprake is van ongeoorloofde korting. Eiseres heeft met het verstrekken van die korting artikel 6, eerste lid, van de Wvbp overtreden en niet, zoals eiseres stelt, artikel 6, tweede lid, van de Wvbp. De stelling van eiseres dat bij een aanbestedingsbestek de mogelijkheid tot het geven van een korting wordt geboden, ontslaat de verkoper – in dit geval eiseres – niet van de verplichting zich aan de Wvbp te houden. De beroepsgrond van eiseres faalt. Over de stelling van eiseres dat de boete had moeten worden gematigd, overweegt rechtbank dat sprake is van een overtreding van het type B en dat sprake is van een ernstige overtreding. Blijkens de Beleidslijn wordt bij de vaststelling van de hoogte van de boete binnen de bij de overtreding horende bandbreedte uitgegaan van het midden van de bandbreedte, derhalve in dit geval van € 15.000,-. Daarna wordt de hoogte van de boete binnen de bandbreedte aan de hand van de - in dit geval - in artikel 1.7 genoemde omstandigheden verhoogd of verlaagd. Verweerder heeft hierin beleidsvrijheid. Verweerder heeft bij het opleggen van de boete rekening gehouden met de omstandigheid dat hij zich over deze kwestie niet eerder heeft uitgelaten en heeft daarom de boete met € 5.000,- gematigd. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder aan eiseres in redelijkheid een boete van € 10.000,- heeft kunnen opleggen. Ook overigens is de rechtbank van oordeel dat terecht een boete van € 10.000,- is opgelegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen