Rb. Utrecht 7 juni 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BW7753

Als wetgever in formele zin heeft gekozen voor administratief beroep als bestuurlijke voorprocedure, staat het lagere regelgever niet vrij daar een "bezwaarprocedure" voor te schakelen. Trefwoorden: Administratief beroep, lagere regelgever, “bezwaarprocedure”. Wetsartikelen: Artikel 8:1 Awb, 7:1, eerste lid, Awb, artikel 9c Advocatenwet, artikel 19 Examenreglement 2008 Verzoekster heeft "bezwaar" gemaakt tegen de beoordeling als onvoldoende van het door haar op afgelegde examen burgerlijk procesrecht van de beroepsopleiding advocatuur. De examencommissie heeft het "bezwaar" van verzoekster gedeeltelijk gegrond verklaard, maar de beoordeling gehandhaafd op een onvoldoende. Hiertegen is administratief beroep ingesteld bij het curatorium. Het curatorium heeft het administratief beroep gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard en gedeeltelijk ongegrond. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De rechtbank is van oordeel dat, als de wetgever in formele zin heeft gekozen voor administratief beroep als bestuurlijke voorprocedure, het lagere regelgever niet vrijstaat daar een "bezwaarprocedure" voor te schakelen, zeker nu dat optioneel is, dus het ter keuze van betrokkene wordt gelaten of hij of zij hetzij administratief beroep instelt, hetzij bezwaar maakt en dan daarna tegen de "beslissing op bezwaar" administratief beroep instelt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen