Rb. Utrecht 29 februari 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BW0600
Eiser reed in Utrecht in zijn auto achter gedaagde die eveneens een auto bestuurde. Tussen beide auto's heeft een aanrijding plaatsgevonden, nadat eiser gedaagde links inhaalde. Volgens eiser heeft gedaagde onrechtmatig t.o.v. hem gehandeld door zonder tijdig richting aan te geven plotseling naar links af te slaan zonder eiser voorrang te geven. Vaststaat dat eiser bij het inhalen een ononderbroken streep heeft overschreden, harder reed dan ter plaatse maximaal toegestaan was en op de busbaan reed die uitsluitend bestemd was voor bussen uit te tegengestelde rijrichting. In reconventie vordert gedaagde een verklaring voor recht en een voorschot op schadevergoeding van eiser. De conventionele vorderingen worden afgewezen, omdat o.m. niet is komen vast te staan dat gedaagde art. 18 lid 1 RVV heeft overtreden en evenmin dat hij plotseling en zonder noodzaak tot stilstand is gekomen. In reconventie wordt geoordeeld dat eiser onrechtmatig t.o.v. gedaagde heeft gehandeld. Het beroep op eigen schuld door eiser wordt gepasseerd. Partijen worden in de gelegenheid gesteld een akte te nemen m.b.t. verwijzing naar een schadestaatprocedure.
De uitspraak op rechtspraak.nl