Rb. Utrecht 27 februari 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BV7148
Het opleggen van het ASP op grond van de met ingang van 1 december 2011 geldende Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu van 31 oktober 2011, houdende vaststelling van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 (de Regeling) is imperatief voorgeschreven, waarbij de wetgever ervoor heeft gekozen om de kosten van het alcoholslot en het begeleidende programma volledig voor rekening van de overtreder te laten komen. De Regeling biedt daarom geen ruimte voor beoordeling van de vraag of de kosten voor de uitvoering van het ASP gezien verzoekers financiële draagkracht proportioneel is te achten. Hetgeen verzoeker hierover heeft aangevoerd, kan dan ook niet leiden tot een wijziging van het besluit. De gestelde praktische bezwaren van verzoeker dat hij geen eigen auto heeft, heeft de wetgever, blijkens de memorie van toelichting, reeds ondervangen door het aan betrokkene over te laten in welke motorrijtuig van de categorie B hij het alcoholslot laat inbouwen. In voorkomende gevallen kan het alcoholslot ook worden ingebouwd in een motorrijtuig waarvan het kenteken op naam staat van een derde, bijvoorbeeld een bedrijfsauto, en is het aan betrokkene zelf om dit te regelen met de kentekenhouder of met zijn werkgever. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling, inhoudende dat het opleggen van de verplichting zich te onderwerpen aan een educatieve maatregel geen criminal charge in de zin van artikel 6 EVRM is, bestaat geen aanleiding om ten aanzien van het onderwerpen aan het ASP, eveneens gericht op het leren van het maken van scheiding tussen alcoholgebruik en het besturen van een motorrijtuig, tot een ander oordeel te komen. Hierin ligt tevens besloten dat de verplichting tot het betalen van de kosten van het ASP niet punitief van aard is, omdat deze kosten worden voldaan voor de uitvoering van het ASP en het verplichte begeleidingsprogramma en niet als boete wegens een overtreding. Dat verzoeker de verplichting tot het betalen van de kosten wel als punitief ervaart, maakt dat niet anders. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl