Rb. Utrecht 16 november 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BU6183
Faillisementsrecht. Verzoek toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling afgewezen zonder zitting, op grond van art. 288 lid 2 sub d Fw (wettelijke schuldsaneringsregeling is korter dan 10 jaar voor het verzoek van toepassing geweest op de verzoeker).
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
RECHTBANK UTRECHT
Sector handel en kanton
zaaknummer: 315162/FT-RK 11.1354
nummer verklaring: SOE0211100382
uitspraakdatum: 16 november 2011
uitspraak op grond van artikel 288 van de Faillissementswet
(“afwijzing toepassing schuldsanering”)
enkelvoudige kamer
[verzoekster],
wonende
[adres],
[woonplaats],
verzoekster,
hierna: schuldenares.
Schuldenares heeft op 9 november 2011 een verzoekschrift met bijlagen ingediend. Het verzoekschrift strekt tot het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
De rechtbank overweegt als volgt:
Schuldenares is op 5 december 2000 toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. Bij beslissing van 26 november 2003 is bepaald dat haar schuldsaneringsregeling met toekenning van een zogenaamde schone lei wordt beëindigd. Op 5 maart 2004 is de schuldsaneringsregeling geëindigd door het verbindend worden van de slotuitdelingslijst. Daarom staat vast dat minder dan tien jaar voorafgaand aan de dag waarop schuldenares haar verzoekschrift heeft ingediend ten aanzien van haar de schuldsaneringsregeling van toepassing is geweest.
Dit feit is op grond van het dwingende karakter van artikel 288 lid 2, aanhef en onder d van de Faillissementswet (Fw) grond voor afwijzing van het verzoek, tenzij sprake is van één van de drie uitzonderingen die in dat wetsartikel zijn genoemd.
De toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van de schuldenares is met een schone lei beëindigd. Daarom staat vast dat de drie uitzonderingen van artikel 288 lid 2, aanhef en onder d Fw, op grond waarvan schuldenares binnen de tienjaarstermijn opnieuw tot de schuldsaneringsregeling toegelaten zou kunnen worden, zich niet voordoen. De rechtbank verwijst wat betreft het dwingend karakter van de afwijzingsgrond en de betekenis van genoemde uitzonderingen naar het arrest van de Hoge Raad van 12-06-2009, NJ 2009, 269.
De rechtbank zal het verzoek afwijzen.
Beslissing
De rechtbank
wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Verschoof en in het openbaar uitgesproken op
16 november 2011.