Rb. Utrecht 14 september 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BT7282

Ontvanger Belastingdienst heeft onrechtmatig gehandeld door openbare verkoop door te zetten Belastingdienst Utrecht-Gooi heeft diverse belastingaanslagen opgelegd aan de vennootschap Reclame & Zo B.V. De Ontvanger van de Belastingdienst (hierna: de Ontvanger) heeft vervolgens executoriaal beslag gelegd op roerende zaken van de vennootschap en aangekondigd om op 27 januari 2010 tot openbare verkoop daarvan over te gaan. Eén dag vóór de openbare verkoop (op 26 januari 2010) heeft Reclame & Zo bij de rechtbank Utrecht verzet ingesteld tegen de dwangbevelen (op grond van artikel 17 van de Invorderingswet). De Ontvanger is op 27 januari 2010 doorgegaan met het openbaar verkopen van de roerende zaken van Reclame & Zo. Enkele dagen later (op 2 februari 2010) is Reclame & Zo failliet verklaard. Op grond van artikel 17 lid 2 Invorderingswet schorst het instellen van verzet de executie van een dwangbevel, zodat de Ontvanger de executie had moeten staken. De rechtbank is van oordeel dat de Ontvanger onrechtmatig jegens Reclame & Zo heeft gehandeld door - ondanks het ingestelde verzet - door te gaan met de openbare verkoop. De Ontvanger had dit alleen mogen doen, als hij vooraf toestemming van de rechter daarvoor had gevraagd en verkregen. Dat heeft de Ontvanger niet gedaan. Het beroep van de Ontvanger op het arrest van de Hoge Raad van 19 oktober 2001, NJ 2002, 256 baat hem niet, omdat dat geval niet vergelijkbaar was met het onderhavige geval, en dit arrest als een uitzondering moet worden beschouwd op de hoofdregel dat de Ontvanger de rechter moet verzoeken om opheffing van de schorsende werking (Hoge Raad 8 juni 2007, NJ 2008, 368). Ook het beroep van de Ontvanger op haar eigen beleidsregels terzake van voortzetting van de executie zonder tussenkomst van de rechter wordt door de rechtbank niet gehonoreerd, omdat de Ontvanger met die beleidsregels een te ruime uitleg heeft gegeven aan het arrest van de Hoge Raad van 19 oktober 2001. De Ontvanger wordt veroordeeld om de schade te vergoeden die Reclame & Zo ten gevolge van de onrechtmatige voortzetting van de openbare verkoop heeft geleden. Omdat de in de verzetdagvaarding aangevoerde verzetsgronden van Reclame & Zo duidelijk kansloos waren, is die schade beperkt tot de periode waarbinnen de Ontvanger de schorsende werking via de rechter had kunnen laten opheffen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen