Rb. Utrecht 29 juni 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BR3498
Dochter heeft begrafenisondernemer opdracht gegeven voor het verzorgen van de uitvaart van haar vader en vordert deze kosten van haar moeder. Deze kosten zijn schulden van de nalatenschap als bedoeld in artikel 4:7 lid 1 sub b BW. Door de zuivere aanvaarding van de nalatenschap door de moeder in de zin van artikel 4:184 lid 2 BW, hebben nalatenschapschuldeisers verhaal op het vermogen van de moeder. Beroep van de moeder op de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid wordt afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl