Rb. Utrecht 1 juli 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BR3432

subsidie, MSF-II, subsidietender,bestuurlijke lus. Eiseres heeft subsidie aangevraagd op grond van het Medefinancieringsstelsel II. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat eiseres onvoldoende punten heeft behaald op het onderdeel “organisatietoets”. De rechtbank overweegt dat geen sprake is van kennelijk onredelijk beleid, ook niet als het wordt afgezet tegen het algemeen geldende beleid voor ontwikkelingssamenwerking. De rechtbank overweegt verder dat de keuze van verweerder om de beoordelingscriteria, uitgewerkt in subcriteria, bekend te maken, maar niet het beoordelingsstramien met de daarin opgenomen indicatoren, gerechtvaardigd is, voor zover de beoordelingscriteria op zichzelf helder omschreven en voor de aanvrager voldoende duidelijk zijn. De rechtbank is van oordeel dat van een aanvrager verwacht mag worden dat hij het antwoord op een vraag formuleert bij de desbetreffende vraag en dat verweerder niet gehouden is bij iedere afzonderlijke vraag de gehele aanvraag door te nemen. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat aanvullend wel rekening is gehouden met relevante informatie die elders in de aanvraag was verwerkt. De daarbij door verweerder aangelegde maatstaf of een zorgvuldig beoordelaar deze informatie in alle redelijkheid kon vinden bij de beoordeling van de aanvraag, kan in zijn algemeenheid stand houden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder verder het rapport van Berenschot terecht niet aangemerkt als een contra-expertise, maar als nadere onderbouwing van de standpunten van eiseres in de bezwaarfase. De beroepsgrond dat verweerder de toekenning van de score onvoldoende heeft gemotiveerd beoordeelt de rechtbank per criterium. De rechtbank past de bestuurlijke lus toe omdat verweerder de scoretoekenning op het criterium “aanvrager beschikt over een voldoende kwalitatief financieel toezichtsysteem voor de zuidelijke partners” onvoldoende heeft gemotiveerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen