Rb. Utrecht 2 februari 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BP5217
Eiser heeft, hoewel daartoe verplicht op grond van artikel 7:21 lid 1 onder b en lid 6 BW, gedaagde niet in de gelegenheid gesteld tot herstel over te gaan alvorens dit door een derde te laten doen. Indien eiser in plaats van herstel, met voorbijgaan aan de bijzondere nakomingsvorderingen die voortvloeien uit artikel 7:22 BW, op grond van artikel 6:74 BW schadevergoeding wenst te vorderen, was eiser niet geheel vrij in deze keuze, maar was hij bij zijn keuze gebonden aan de eisen van redelijkheid en billijkheid, waarbij mede de gerechtvaardigde belangen van gedaagde een rol spelen en is verzuim vereist. De kantonrechter is van oordeel dat eiser, hoewel hij daartoe op grond van artikel 7:21 lid 6 BW gehouden was, door gedaagde niet in de gelegenheid te stellen de auto te herstellen alvorens over te gaan tot het doen herstellen van de auto door een derde niet voldoende rekening heeft gehouden met het gerechtvaardigde belang van gedaagde om de auto zelf te onderzoeken en – voor zover nodig – op haar kosten te laten repareren. Volgt afwijzing van de vordering.
De uitspraak op rechtspraak.nl