Rb. Utrecht 21 februari 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BP5147
Doodslag op vader. Naar het oordeel van de rechtbank is er geen aanleiding om te veronderstellen dat er op enig moment sprake is geweest van kalm beraad en rustig overleg alvorens het slachtoffer door verdachte opzettelijk van het leven werd beroofd. De rechtbank is van oordeel dat de levensberoving het gevolg is geweest van een onmiddellijke gemoedsbeweging, en dat verdachte mede op grond van zijn psychotische belevingen niet in staat was om zich voor of tijdens het slaan op dit voornemen te bezinnen. Er is wel sprake van opzet. De rechtbank oordeelt dat er pas dan geen sprake is van opzet, indien bij verdachte ieder inzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen en de mogelijke gevolgen daarvan heeft ontbroken. Daarvan is geen sprake. Verdachte is volledig ontoerekeningsvatbaar. De rechtbank veroordeelt verdachte tot tbs met dwangverpleging.
De uitspraak op rechtspraak.nl