Rb. Utrecht 28 januari 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BP2915

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, op de grond dat verdachte de strekking van de vordering om zijn legitimatie te tonen niet zou begrijpen. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 87 dagen, waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen