Rb. Utrecht 19 januari 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BP1904

Door de inwerkingtreding van de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht is de taak van de civiele rechter bij beoordeling van dwangbevelen van bestuursorganen (voor zover deze betrekking hebben op overtredingen die hebben plaatsgevonden na 1 juli 2009 (zoals in casu)) beperkt tot een beoordeling van de executie op de voet van artikel 438 en 438a Rv. Een buitenwerkingstelling van een dwangbevel, zoals eiseres heeft gevorderd, behoort niet tot de bevoegdheden van de civiele rechter als executierechter. Wel is het mogelijk een verbod op de executie van een dwangbevel te vorderen. De rechtbank zal onder de gevorderde buitenwerkingstelling tevens, als het mindere, een verbod op executie van het dwangbevel begrijpen en de vordering, die haar niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, in die zin toewijzen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen