Rb. Utrecht 30 december 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BO9319

Ter uitvoering van de EU-handelsnormenverordeningen zijn de Nederlandse autoriteiten verplicht om controleactiviteiten te verrichten op het punt van de handelsnormen voor eieren. Na de wijziging van de Landbouwkwaliteitswet (LKW) in 2007 zijn de controles op eieren uitgebreid naar alle marktdeelnemers, waaronder de supermarkten. De kosten voor dergelijke controles worden, anders dan voorheen, ook aan de supermarkten doorberekend. Hiertegen richten zich de beroepen van de Vereniging Vakcentrum, beroepsorganisatie van levensmiddelendetaillisten en de verschillende supermarkten. De rechtbank is van oordeel dat de doorberekening van de verplichte controles bij de supermarkten een heffing is. Deze vindt uitsluitend zijn grondslag in artikel 11 van de LKW. De rechtbank is het eens met het Vakcentrum en de supermarkten dat artikel 11 van de LKW onvoldoende wettelijke basis biedt om een dergelijke heffing te kunnen opleggen. Niet alleen is in dit artikel niet voldoende bepaald wie tot de kring van de heffingsplichtigen behoort, evenmin blijkt voldoende concreet wat het belastbare feit is. Dit probleem had overigens kunnen worden ondervangen door een ministeriële regeling, genoemd in artikel 11, vijfde lid, van de LKW te treffen. Dat de tariefstelling willekeurig is en dat de tarieven in 2009 buitenproportioneel zijn gestegen volgt de rechtbank voorts niet. Het doorberekenen van exploitatieverlies in de tarieven van 2009 acht de rechtbank echter wel in strijd met artikel 11, vierde lid, aanhef en onder a en b, van de LKW. De tarieven die aan de supermarkten zijn opgelegd zijn daardoor, ook als de wettelijke basis voor een tariefstelling wel juist zou zijn, te hoog bepaald. Aangezien het door de rechtbank geconstateerde gebrek zich in de bezwaarfase niet laat herstellen, zal de rechtbank zelf in de zaken voorzien en zal zij de primaire besluiten herroepen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen