Rb. Utrecht 8 december 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BO7253

Bank vordert van oud-bestuurders en adviseurs van Stichting schadevergoeding omdat de namens de Stichting afgegeven contragarantie voor de door de bank gestelde bankgarantie, niet bevoegd is verstrekt (onbevoegde vertegenwoordiging en positief contractsbelang, od, ongerechtvaardigde verrijking). De rechtbank oordeelt als volgt. Omdat vaststaat dat bankgarantie nietig is, vervallen alle uit de bankgarantie voortvloeiende verbintenissen, waaronder de contragarantie. Daarom had de Bank geen positef contractsbelang bij een bevoegd afgegeven contragarantie. Er is geen toewijsbare schade op grond van onrechtmatige daad, omdat de schade geen gevolg van de onbevoegd afgegeven contragaranie, maar van de nietige bankgarantie. De enkele stelling dat een vennootschap ongerechtvaardigd is verrijkt kan niet leiden tot de conclusie dat ook sprake is van ongerechtvaardigde verrijking van de (indirect) aandeelhouders van die vennootschap.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen