Rb. Utrecht 1 december 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BO5359

Na een overgang van onderneming claimt werknemer het recht op loonsverhogingen die na de overgang zijn voortgevloeid uit de CAO waaraan de vervreemder van de onderneming was gebonden. De verkrijger van de onderneming is geen partij bij enige CAO, maar heeft wel een 'perspectiefgarantie' van de vervreemder overgenomen. De kantonrechter wijst de vordering van de werknemer af. Aan artikel 14a Wet CAO kan hij geen recht ontlenen, omdat de geldingsduur van de CAO die ten tijde van de overgang liep al was verstreken toen de eerste loonverhoging waarop de werknemer een beroep doet zich voordeed. Dit wordt niet anders nu in dit geval de CAO in de arbeidsovereenkomst met de vervreemder is geïncorporeerd. Uitleg van de 'perspectiefgarantie' leidt tot de conclusie dat de verkrijger van de onderneming zich niet tot méér heeft verbonden dan om aan de werknemers het uitzicht op een doorgroei naar het maximum van de slarisschaal te garanderen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen