Rb. Utrecht 10 november 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BO3680

Verjaring (voormalige) faillissementsvordering. 1. Ter verificatie ingediende vordering is slechts op voet van art. 3:316 lid 1 BW gestuit indien binnen zes maanden na het in kracht van gewijsde gaan van de beschikking tot opheffing van het faillissement wegens de toestand van de boedel, een nieuwe eis is ingesteld (die tot toewijzing leidt) (art. 3:316 lid 2 BW). Dit is in het onderhavige geval niet gebeurd. 2. Aanmaningsbrief betreffende een faillissementsschuld is niet een "verklaring betreffende de boedel" in de zin van art. 99 lid 2 Fw. 3. Faillissementscurator is niet bevoegd tot vertegenwoordiging van de gefailleerde tot ontvangst van een aanmaning/stuiting betreffende een faillissementsschuld; een postblokkade ex art. 99 lid 1 Fw maakt dat niet anders. De aanmaningsbrief is destijds via de postblokkade bij de faillissementscurator bezorgd, en heeft gedaagde/toen gefailleerde niet bereikt. De verjaring is niet tijdig gestuit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen