Rb. Utrecht 29 oktober 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BO2399

Gedaagde in conventie heeft een ex parte verzoek ex artikel 1019e Rv ingediend n.a.v. de broeken met merknaam Johns van eiser in conventie. Er is een ex parte verbod gekomen inhoudende dat eiser in conventie zich dient te onthouden van de productie en verkoop van de Johns broeken en geen reclame-uitingen meer mag doen. Eiser vordert in conventie in dit kort geding herziening van het ex parte bevel. Dit wordt toegewezen. In conventie gaat het om de vraag of de broeken van gedaagde met merknaam Traffic auteursrechtelijk beschermd kunnen worden. Deze vraag wordt ontkennend beantwoord. De specifieke kenmerken van de broek van gedaagde in conventie, zijnde de specifieke details van de steekzakken voor en de coin pocket met het ronde stiksel in combinatie met de paspelzakken aan de achterkant met daarboven het merkteken, de stretchbanden, de plaats van de riemlussen en de bandverlenging van de knoop voor in zowel ronde als driehoekige vorm, zijn niet aan te merken als een eigen, oorspronkelijk karakter en bevatten geen persoonlijke stempel van de maker. Deze elementen waren bij het publiek al bekend. De broeken van gedaagde in conventie zijn niet auteursrechtelijk beschermd. In reconventie gaat het om de vraag of verweerster in reconventie onrechtmatig jegens eiser in reconventie handelt door de broeken Traffci slaafs na te bootsen. Deze vraag wordt eveneens ontkennend beantwoord. De broeken Traffic van eiser in reconventie hebben geen onderscheidend vermogen.Er is dan ook geen verwarring bij het (weinig oplettend) publiek te duchten. Daar komt bij dat nabootsing van een product van een ander, voor zover nodig om tegemoet te komen aan bij een deel van de afnemers bestaande wensen ten aanzien van uiterlijk of eigenschappen van een product, op zichzelf niet onrechtmatig is jegens de fabrikant van het nagebootste product, ook al zou die verwarring over de herkomst van het product kunnen wekken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen