Rb. Utrecht 15 september 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BO0135

Groenverklaring, aanvraag, beleid, hergebruik. Wetsartikelen: Wet inkomstenbelasting 2001: 5.14 Regeling groenprojecten 2005: 2; Algemene wet bestuursrecht: 3:2 en 7:12 Verzoek tot afgifte van een voorlopige Groenverklaring in het kader van de Regeling groenprojecten 2005 Eiseres heeft primair aangevoerd dat verweerder ten onrechte de projecten heeft gesplitst. De rechtbank overweegt dat nu eiseres twee aanvragen heeft ingediend en verweerder hierop afzonderlijk heeft beslist, haar stelling dat verweerder het als één project dient te beoordelen, reeds daarom niet kan slagen. Dat eiseres hiertoe op verzoek van verweerder is overgegaan, doet niet af aan de verantwoordelijkheid van de aanvrager voor de eigen aanvraag. Als eiseres de aanvraag als één project beoordeeld had willen hebben, dan had eiseres een besluit moeten afwachten op haar aanvankelijke aanvraag voor één project. Deze aanvraag heeft zij echter ingetrokken. De rechtbank acht het, mede gelet op het milieudoel van de Regeling en uit een oogpunt van consistentie in de concurrentieverhoudingen in de glastuinbouwsector, ongerijmd dat tuinders die hun bestaande kas geheel zouden afbreken om deze ergens anders neer te zetten met aanpassing voor de groenlabeleisen wel alle investeringen zouden mogen betrekken in de berekening van het projectvermogen, terwijl die tuinders die een (klein) aantal onderdelen van de kas hergebruiken voor de te bouwen groenlabelkas op dezelfde plek, niet al hun (nieuwe) investeringen zouden mogen betrekken bij zo'n berekening. De rechtbank acht het beleid op dit punt kennelijk onredelijk. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen