Rb. Utrecht 20 september 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BN7760
Subsidie. Subsidieplafond, gelijkheidsbeginsel, adviesinstantie, gelijkheidsbeginsel, motivering, tussenuitspraak, bestuurlijke lus Awb 4:22, 8:51a, 8:80a; Wet op het specifiek cultuurbeleid 2a, 4, 4a Samenvatting: Eiseres heeft als toneelgezelschap subsidie aangevraagd. Op basis van een advies van de Raad voor Cultuur en een door die Raad vastgestelde categorie-indeling is eiseres aangemerkt als een nieuwkomer in het landelijk bestel (categorie III). Eiseres wenst als volwaardig regiogezelschap (categorie II) of als stadsgezelschap (categorie I) te worden aangemerkt en de daarmee samenhangende hogere subsidie toegekend te krijgen. De rechtbank oordeelt dat verweerder zich door de Raad heeft mogen laten adviseren en dat de bij de subsidietoekenning gehanteerde categorie-indeling voldoende gemotiveerd en inzichtelijk is. De rechtbank is van oordeel dat de wijze van toekenning van de subsidie erop wijst dat er sprake is van een subsidieplafond, zonder dat dit als zodanig is betiteld. Dit heeft echter geen consequenties, nu voor het overige wel is voldaan aan de eisen die Afdeling 4.2.2 van de Awb hieraan stelt. Voorts oordeelt de rechtbank dat voldoende inzichtelijk en gemotiveerd is waarom eiseres niet is ingedeeld in categorie I. Dit is echter niet het geval bij de vraag waarom eiseres niet in categorie II is ingedeeld. Het besluit is onvoldoende gemotiveerd en verweerder krijgt met toepassing van artikel 8:51a van de Awb de gelegenheid om dit gebrek te herstellen, tezamen met een aantal connexe problemen.
De uitspraak op rechtspraak.nl