Rb. Utrecht 15 september 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BN6423

Werkgever heeft aan de werknemer, wiens dienstrooster in 2002 was gewijzigd, jarenlang een volledige gewenningstoeslag betaald, terwijl de CAO bepaalde dat die toeslag in de loop der tijd zou worden afgebouwd. Per 1 december 2008 wordt de betaling van de toeslag uiteindelijk gestaakt. Werkgever maakt aanspraak op terugbetaling van (een deel van) de onverschuldigd betaalde toeslag. Ter beëindiging van het dienstverband sluiten partijen medio 2009 een vaststellingsovereenkomst, waarin een finale kwijting is opgenomen. Bij de eindafrekening verrekent werkgever het door haar geclaimde aan teveel betaalde toeslag. Werknemer komt hiertegen op. De kantonrechter legt het finale kwijtingbeding uit volgens het Haviltex-criterium. Daaronder vallen ook vorderingen die hun grondslag in Boek 6 van het BW en in de toepasselijke CAO hebben. Dat er ten aanzien van de finale kwijting geen voorbehoud is gemaakt voor de onverschuldigde betaalde toeslag, strekt niet ten nadele van de werknemer. Diens beroep op het finale kwijtingbeding is ook naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar en niet in strijd met het goed werknemerschap.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen