Rb. Utrecht 5 augustus 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BN3511
De vader heeft in kort geding gevorderd dat de Staat de beschikking waarin de teruggeleiding van de minderjarige naar het land van de gewone verblijfplaats is bevolen, ten uitvoer zal leggen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de teruggeleiding van de minderjarige reeds heeft plaatsgevonden. De vordering wordt afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl