Rb. Utrecht 25 juni 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BN0745
Wetsartikelen:3:50 Awb, Awbz, ZIB, BZA Samenvatting: Vovo en 8:86 Beroep, Awbz, verzoeker is ernstige meervoudig gehandicapt en woont in een instelling. CIZ heeft de zorg uitgedrukt in Zorgzwaartepakket (ZZP) VG05. Het aantal uren zorg waarop verzoeker nu aanspraak kan maken is hiermee aanzienlijk verlaagd. Daarom spoedeisend belang. Verweerder heeft in het besluit het advies van CVZ om het bezwaar gegrond te verklaren zonder deugdelijke motivering gepasseerd. Strijd met artikel 3:50 van de Awb. N.a.v. overgelegde medische informatie wil verweerder nader onderzoek laten doen door medisch adviseur. Goed denkbaar dat verweerder tot andere indicatie zal komen en extreme zorgzwaarte zal vaststellen. Verweerder had, in aanmerking genomen ook dat het indicatiebesluit niet op aanvraag van verzoeker is genomen, nader onderzoek dienen te doen naar de medische situatie van verzoeker. Tot slot is - onder verwijzing CRvB van 28 oktober 2009, LJN: BK4423, beroep ook gegrond omdat indiceren aan de hand van cliëntprofielen die tot een ZZP leiden, betekent dat niet per functie de individuele zorgbehoefte wordt bepaald, hetgeen in strijd is met het BZA en het ZIB. Dat de staatssecretaris van VWS in verschillende brieven en beleidsregels heeft aangegeven dat een systeem wordt voorgestaan waarin buitengewone zorgzwaarte niet in de indicatiestelling wordt opgelost maar in de bekostiging van zorg, leidt niet tot een ander oordeel. In de huidige wet- en regelgeving staat de individuele zorgbehoefte van de verzekerde voorop. Vovo toegewezen en beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl