Rb. Utrecht 7 mei 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BM2965
Kort geding. Gedaagde heeft ten laste van eiser conservatoir gelegd. Eiser heeft ter opheffing van dit beslag een bankgarantie doen stellen. Eiser vordert primair teruggave bankgarantie en subsidiair dat gedaagde tegenzekerheid stelt voor de schade die zij ten gevolge van conservatoir beslag lijdt, op straffe van verval van de bankgarantie. Subsidiaire vordering wordt toegewezen. In de bankgarantie is een voorbehoud gemaakt. Partijen verschillen van mening over de inhoud van dit voorbehoud. De voorzieningenrechter is van oordeel dat eiser bij het doen stellen van de bankgarantie zich alle rechten heeft voorbehouden die zij als beslagdebiteur heeft en dat onder deze voorbehouden rechten onder meer valt het recht om door de (voorzieningen)rechter aan de hand van het bepaalde in de artikelen 705 en 701 Rv te laten toetsen of het ten laste van eiser gelegde conservatoir beslag, en daarmee het doen stellen van de onderhavige bankgarantie, gerechtvaardigd was.
De uitspraak op rechtspraak.nl