Rb. Utrecht 22 maart 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BL8323
Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden wegens herhaaldelijke ernstige telefonische doodsbedreigingen vanuit het huis van bewaring aan het adres van zijn ex-vriendin en haar nieuwe partner en het dreigen met brandstichting op de school van zijn zoon. Verdachte wordt vrijgesproken van een derde verdenking: een poging tot uitlokken van moord op de nieuwe vriend van zijn ex. De rechtbank sloot tapgesprekken die in het huis van bewaring waren gemaakt uit van het bewijs, omdat er niet volgens de regels getapt was. Ook een verhoor van de verdachte in november 2008 kon niet gebruikt worden voor het bewijs, omdat de verdachte er niet op was gewezen dat hij zowel voorafgaand aan het verhoor, als tijdens dat verhoor recht had op bijstand door een advocaat.
De uitspraak op rechtspraak.nl