Rb. Utrecht 23 december 2009, ECLI:NL:RBUTR:2009:BK8465

Uitleg vaststellingsovereenkomst CnA. Geschil tussen ex-echtelieden. Man heeft betalingen gedaan ten behoeve van de vrouw, die hij verrekent met zijn alimentatieverplichting. Hij vordert verklaring van recht dat de vrouw geen vordering met betrekking tot alimentatie heeft. Vrouw stelt dat de vordering van de man is komen te vervallen als gevolg van vaststellingsovereenkomst ter CnA in een andere zaak. Man meent dat die vaststellingovereenkomst voorwaardelijk was, dat de voorwaarde niet is vervuld en de overeenkomst dus niet tot stand is gekomen. Rechtbank oordeelt dat de man geen feiten heeft gesteld waaruit moet volgen dat de voorwaarde niet is vervuld en dat dit wel had gemoeten nu de rechtbank na de CnA in de andere zaak al had geoordeeld dat de overeenkomst wel tot stand was gekomen. Het enkele feit dat de man van dat vonnis in beroep is gekomen is onvoldoende. Rechtbank legt vasstellingsovereenkomst uit met toepassing Haviltex en concludeert dat partijen beoogd hebben een integrale regeling te treffen van alle bestaande vorderingen en dat de aanspraak van de man daaronder valt. Vordering afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen