Rb. Utrecht 26 juni 2008, ECLI:NL:RBUTR:2008:BD5583
Verdachte wordt vrijgesproken van voorbereiding van moord, subsidiair doodslag, afpersing, zware mishandeling, dan wel diefstal met geweld. De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de intentie van verdachte gericht was op het plegen van voornoemd misdrijf. Verdachte wordt eveneens vrijgesproken van medeplegen van bedreiging. Voor zover hetgeen ten laste is gelegd al een bedreiging met een misdrijf oplevert, is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en degene die de bedreiging heeft geuit.
De uitspraak op rechtspraak.nl