Rb. Utrecht 1 mei 2007, ECLI:NL:RBUTR:2007:BA4084
Beroep tegen tijdelijke intrekking erkenning bedrijfsvoorraad gegrond. Verweerder heeft aan zijn besluit ten grondslag gelegd dat de bedrijvencontroleur eisers bedrijf niet heeft kunnen bezoeken en dat controle ook binnen 15 minuten niet mogelijk bleek te zijn. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de omstandigheid dat de controle niet heeft kunnen plaatsvinden, niet in overwegende mate toegerekend kan worden aan eiser. Eiser heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de controleur zich zodanig heeft geuit dat eiser daaruit heeft mogen opmaken dat de controleur in ieder geval ook de handelaarskentekenplaten wilde controleren en dat wanneer de platen niet aanwezig zijn een controle op dat moment niet zinvol zou zijn. Het bestreden besluit berust niet op een draagkrachtige motivering. Verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen. Daar de tijdelijke intrekking gedurende de bezwaarprocedure geschorst is, is het treffen van een voorlopige voorziening om die reden niet vereist.
De uitspraak op rechtspraak.nl