Rb. Utrecht 8 februari 2007, ECLI:NL:RBUTR:2007:AZ8163
In het onderhavige geval leidt artikel 56b, eerste lid, van de Woningwet niet tot het aannemen van spoedeisend belang bij het verzoek om voorlopige voorziening hangende het bezwaar tegen de bouwvergunning 1e fase. Daartoe acht de voorzieningenrechter redengevend dat niet eerder met de bouw kan worden begonnen dan dat de huidige bebouwing is gesloopt. Daartoe zal eerst een sloopvergunning moeten worden verleend. Nu een dergelijke vergunning (nog) niet is verleend, zal het verlenen van een bouwvergunning 2e fase en het ontstaan van een bouwtitel niet kunnen leiden tot de daadwerkelijke uitvoering van het bouwplan.
De uitspraak op rechtspraak.nl