Rb. Utrecht 24 januari 2006, ECLI:NL:RBUTR:2006:AV1155
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en het besluit van verweerder van 6 juli 2005 geschorst. Bij dat besluit van 6 juli 2005 had verweerder aan vergunninghouder met toepassing van artikel 19, derde lid van de WRO vrijstelling verleend en een bouwvergunning verleend voor het vergroten van zijn woning. De voorzieningenrechter heeft tevens uitspraak gedaan in de hoofdzaak en het beroep gegrond verklaard. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder zijn beslissing op bezwaar voor wat betreft de belangenafweging niet deugdelijk gemotiveerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl