Rb. Utrecht 16 oktober 2003, ECLI:NL:RBUTR:2003:AN7865
Eiseres was laatstelijk werkzaam als zelfstandige. In verband met de zwangerschap van een tweeling heeft eiseres een aanvraag bevallingsuitkering ingevolge de WAZ ingediend, waarbij zij heeft verzocht om de uitkering zes weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum te laten ingaan. Uit de overgelegde zwangerschapsverklaring blijkt dat de vermoedelijke bevallingsdatum is vastgesteld op 7 maart 2001. Op 13 november 2000 is de tweeling, na een zwangerschap van 23 weken en drie dagen, levenloos ter wereld gekomen. Op 16 november 2000 heeft de ambtenaar van de burgerlijke stand van Blaricum twee aktes van “levenloos geboren kind” opgemaakt. Namens eiseres heeft haar accountant verweerder verzocht om uitbetaling van de bevallingsuitkering. Uitspraak in hoger beroep vernietigd onder ongegrondverklaring beroep; LJN AT6654
De uitspraak op rechtspraak.nl