Rb. Utrecht 7 augustus 2000, ECLI:NL:RBUTR:2000:AA7328

Computerhulpmiddelen, te weten Outspoken versie 1.21 voor Windows en Apollo spraaksynthesizer, niet onnodig kostbaar c.q. ondoelmatig i.d.z.v. 2.3 Verstrekkingenbesluit. Weigering verstrekking voornoemde computerhulpmiddelen, nu eiser in bezit is van brailleleesregel en de gevraagde hulpmiddelen onnodig kostbaar zijn en o.g.v. het Verstrekkingenbesluit niet voor vergoeding in aanmerking kunnen komen. De rechtbank overweegt dat tussen partijen is niet in geschil dat de door eiser aangevraagde Outspoken versie 1.21 voor Windows en de Apollo spraaksynthesizer zijn aan te merken als een verstrekking i.d.z.v. art. 8 Zfw. Partijen verschillen wel van mening over de vraag of de aangevraagde hulpmiddelen op grond van art. 2.3 Verstrekkingenbesluit en gelet op de toelichting op art. 26.1.d Regeling voor vergoeding in aanmerking kunnen komen. De rechtbank is van oordeel dat de door eiser aangevraagde computerhulpmiddelen niet als onnodig kostbaar c.q. ondoelmatig in de zin van art. 2.3 Verstrekkingenbesluit zijn aan te merken. De rechtbank acht hierbij van belang dat de vervanging van MS-DOS gestuurde programma's door Windows gestuurde programma's thans zo ver is doorgevoerd, dat niet meer kan worden gesteld dat eiser zonder Windows nog op adequate wijze zijn computer voor communicatiedoeleinden kan gebruiken. Aangezien de aangevraagde hulpmiddelen eiser in staat stellen met zijn computer onder Windows te werken, is de rechtbank van oordeel dat eiser daarop, gelet op zijn behoefte en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening, redelijkerwijs naar aard, inhoud en omvang is aangewezen. M.b.t. de toelichting op art. 26.1.d Regeling, waarin is vermeld dat wanneer een verzekerde reeds beschikt over een brailleleesregel er in het algemeen geen indicatie bestaat voor verstrekking van een spraaksynthesizer, overweegt de Rechtbank dat deze toelichting ruimte openhoudt voor uitzonderingen en dat er gelet op het voorgaande in het voorliggende geval aanleiding is een uitzondering op de in de toelichting vermelde hoofdregel aan te nemen. De rechtbank wijst er voorts op dat de Regeling zelf zich niet tegen verstrekking van de door eiser aangevraagde hulpmiddelen verzet. Beroep gegrond. Raad van bestuur van de Onderlinge Waarborgmaatschappij ANOVA Zorgverzekeringen U.A. te Amersfoort, verweerder. mr. J.G.Th. Engelberts

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen