Rb. 's-Hertogenbosch 14 september 2012, ECLI:NL:RBSHE:2012:BX8821

Intrekking erkenning bedrijfsvoorraad. Eigendom van het voertuig. Afgelegde verklaring. Aan de orde is of verzoekster ten tijde van de aanmelding van het voertuig in de bedrijfsvoorraad op 21 maart 2012 de eigendom van dat voertuig heeft verworven. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (uitspraak van 3 maart 2010, LJN: BL6225) volgt dat het op de weg ligt van degene aan wie de erkenning is verleend om tijdens het controlebezoek gegevens te verschaffen inzake de eigendom van de door hem aangemelde voertuigen. Hoewel verweerder in beginsel mag uitgaan van de juistheid van verklaringen zoals afgelegd ten overstaan van de controleur, heeft verweerder in dit geval geen doorslaggevende betekenis mogen toekennen aan de inhoud van de door (betrokkene 1) afgelegde verklaring zoals opgenomen in het rapport. Hiertoe is van belang dat niet in geschil is dat de kentekenbewijzen op 21 maart 2012 op naam van verzoekster stonden en dat deze bewijzen tijdens de controle zijn getoond. Voorts is van belang dat verzoekster gemotiveerd heeft uiteengezet dat zij het voertuig op 21 maart 2012 van (verkoper) heeft gekocht. (Verkoper) had het voertuig aanvankelijk ter reparatie aangeboden, maar nadat bleek dat daaraan hogere kosten waren verbonden, zijn (Verkoper) en verzoekster overeengekomen dat de auto in ieder geval voor € 5.000,00 zou worden ingeruild. Omdat op 21 maart 2012 nog niet duidelijk was welke auto (verkoper) van verzoekster zou kopen, heeft verzoekster op dat moment nog geen inkoopfactuur kunnen opmaken. (Verkoper) heeft uiteindelijk de auto ingeruild tegen een andere auto van verzoekster voor het afgesproken bedrag van € 5.000,00. Een en ander wordt ondersteund door de door verzoekster overgelegde verklaring van (verkoper). Verder acht de voorzieningenrechter, gezien het voorgaande en in aanmerking genomen dat (betrokkene 2) de overeenkomst met (verkoper) heeft gesloten en dat (betrokkene 1) de controleur te woord heeft gestaan, omdat (betrokkene 2) het te druk had, niet onaannemelijk dat de afgelegde verklaring van (betrokkene 1) berust op een misverstand.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen