Rb. 's-Hertogenbosch 16 augustus 2012, ECLI:NL:RBSHE:2012:BX4540
Kredietovereenkomst. Uit de akte van de onderhavige overeenkomst blijkt niet welk kredietvergoedingsper-centage is overeengekomen. In dat geval kan op grond van de inhoud van die akte niet worden beoordeeld of Hoist een juist bedrag aan kredietvergoeding heeft berekend, hetgeen [gedaagden] betwisten. Bij akte heeft Hoist nog wel aangevoerd dat de berekende kredietvergoeding berust op de WCK (wettelijke rente plus 4%), maar bepalend voor de verschuldigdheid van de kredietvergoeding is wat partijen zijn overeengekomen en dat partijen dit zijn overeengekomen, volgt niet uit de akte van de overeenkomst. De slotsom is dat Hoist in rechte niet heeft aangetoond welk krediet-vergoedingspercentage is overeengekomen. Uit het overzicht van betalingen volgt dat [gedaagden] veel meer aan Hoist hebben betaald dan hun aan krediet is verleend. In hoeverre zij nu nog meer verschuldigd zijn, kan in rechte niet worden beoordeeld. Aldus kan niet worden vastgesteld dat [gedaagden] het thans gevorderde bedrag nog verschuldigd zijn geworden. Wanneer de grondslag voor de vordering in rechte niet kan worden vastgesteld, kan het gevorderde niet worden toegewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl